Terug
02 April 2008
Opinie:Hans van Maanen
.
MAAGDEN PRIK IS OVERDREVEN
.
Als je adviseert om alle 12-jarige meisjes te vaccineren tegen baarmoederhalskanker, dan kun je nergens meer tegen zijn.

Afgelopen dinsdag presenteerde een commissie van de Gezondheidsraad het advies Vaccinatie tegen baarmoederhalskanker. Dat advies was positief: de regering moest de prikken zo snel mogelijk opnemen in het Rijksvaccinatieprogramma.

De directie van dat programma was kennelijk niet erg verrast door het advies: de voorbereidingen blijken al in volle gang.

En aangezien de Tweede Kamer herhaaldelijk zijn ongeduld heeft doen blijken, lijkt opname van het vaccin vanaf volgend jaar al vrijwel zeker.

Maar de Gezondheidsraad heeft vorig jaar, in een ander advies, een zevental criteria opgesteld waaraan een vaccinatieplan moet voldoen voordat het publiek eraan mag worden blootgesteld.

Zo moet de ziekte ernstig zijn en veel voorkomen, de vaccinatie moet werkzaam zijn, het middel moet niet erger zijn dan de kwaal en niet duurder dan andere oplossingen, en de vaccinatie moet een ‘urgent volksgezondheidsbelang dienen’.

Baarmoederhalskanker is, met amper zeshonderd nieuwe gevallen per jaar, een zeldzame vorm van kanker. Borstkanker wordt jaarlijks bij ongeveer 11.800 vrouwen gevonden, darmkanker bij 4.700 en longkanker bij 2.900.

Valpartijen

Baarmoederhalskanker is evenmin een zorgwekkende doodsoorzaak. Borstkanker eist ongeveer 3.360 levens per jaar. Baarmoederhalskanker staat, met tweehonderd, niet eens in de top-20 van de doodsoorzaken door kanker. Om over hart- en vaatziekten, longontsteking en valpartijen nog maar te zwijgen.

Het aantal sterfgetallen is bovendien tussen 1970 en 2003 met de helft gedaald.

Twee jaar geleden vroeg de Gezondheidsraad zich nog af of het ‘tegen de achtergrond van deze gunstige ontwikkelingen zin had om extra maatregelen te bedenken om de kans op baarmoederhalskanker verder te verminderen’, nu is opeens sprake van een ‘omvangrijk’ en ‘urgent’ volksgezondheidsprobleem.

Natuurlijk, elk sterfgeval is er een te veel, maar er zijn omvangrijkere en urgentere volksgezondheidsproblemen te noemen. Om baarmoederhalskanker ‘een relatief veel voorkomende vorm van kanker bij vrouwen’ te noemen, is pure misleiding.

De hoop is dat het vaccin het aantal ziekte- en sterfgevallen kan halveren, maar tot op heden is alleen aangetoond dat het vaccin zes, zeven jaar helpt om voorstadia van baarmoederhalskanker te voorkomen.

Het vaccin lijkt goed te beschermen tegen de vervelendste virusstammen maar niet tegen alle, zodat vier van de tien vrouwen na een maagdenprik toch nog baarmoederhalskanker kunnen ontwikkelen.

Luchthartig

Als het vaccin onverhoopt niet levenslang beschermt, stijgen het gedoe en de kosten uiteraard. De commissie is in haar advies nogal luchthartig over alle medische en maatschappelijke complicaties die kunnen optreden. Vaccinatie kan het vijfjaarlijkse uitstrijkje niet vervangen: ook gevaccineerde vrouwen doen er goed aan zich te melden voor het bevolkingsonderzoek.

Dat moet dus blijven doordraaien, terwijl het anderzijds lastig zal zijn de opkomst op peil te houden. Het bevolkingsonderzoek kost toevallig jaarlijks ook zowat 30 miljoen, en voorkomt ook ongeveer de helft van de gevallen (en de sterfte) van baarmoederhalskanker.

Zonder preventie overlijden ruwweg vier op duizend vrouwen voor hun 85ste aan baarmoederhalskanker. Met het bevolkingsonderzoek wordt dat twee per duizend, met vaccinatie erbij een per duizend.

De opbrengst van het vaccinprogramma is dus, tegen gelijke kosten, de helft van het uitstrijkje, en het bevolkingsonderzoek levert naar verhouding steeds minder winst doordat steeds minder vrouwen besmet zijn. Misschien, als het bevolkingsonderzoek drastisch wordt gewijzigd, zou het beste van beide werelden kunnen worden gepakt, maar plannen daarvoor heeft de Gezondheidsraad niet in de overwegingen betrokken.

In feite blijven de kosten alleen binnen de perken doordat baarmoederhalskanker juist géén ‘omvangrijk’ en ‘urgent’ volksgezondheidsprobleem is — als een dergelijke doublure bij de preventie van hart- en vaatziekten zou worden voorgesteld, zou de gezondheidszorg direct onbetaalbaar worden.

Zonnige voorstellingen

Maar de Gezondheidsraad vindt opname in het Rijksvaccinatieprogramma een goed idee, verdedigt zijn keuzes met dubieuze beweringen en zonnige voorstellingen van zaken, en schuift de eigen criteria gemakkelijk opzij.

Niet alleen gaat zo 30 miljoen per jaar naar fabrikanten van een middel waarvan de werkzaamheid op de lange termijn niet afdoende is vastgesteld, ook heeft de raad voortaan geen poot meer om op te staan bij de aanvraag voor onbewezen, dure en ingrijpende behandelingen.

Ergens moet een grens getrokken worden, en dat heeft de Gezondheidsraad niet gedurfd. Men lijkt bezweken voor de de internationale opinie en de druk van fabrikanten. Minister Klink en de Kamer hoeven zich niets van wetenschappelijke argumenten aan te trekken – dat hoeft niemand. Maar de Gezondheidsraad moet regering en parlement voorlichten over de stand van de wetenschap. Die taak is hier slecht vervuld.

Hans van Maanen is wetenschapsjournalist.

Bronvermelding: De Volkskrant

Terug